is toegevoegd aan uw favorieten.

De gezonde geloovige, zijnde een verhandeling der evangelische bekeering, ontdekkende het werk van Christus' geest in de verzoening eens zondaars met God

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der heiligmaking

veeltijds zwaar om te zien; wie durft de heilige Schriftuur veroordeelen, welke, gelijk zij ons zal oordeelen ten laatsten dage, ons ook nu oordeelen moet. Neem aan, dat er predikanten en verscheiden boeken waren, die hier en daar valsche kenteekenen stelden van Gods genade, doet de Schriftuur ook

Tot besluit hiervan zal ik nog een zaak aan uw geweten voorstellen. Neem eens aan dat gij nu op uw doodbed ligt, uzelven hiermede troostende, dat gij uitverkoren en gerechtvaardigd waart, en dat de Geest Gods uw geweten aantastte, en zeide: indien gij gerechtvaardigd zijt, zoo zijt gij geroepen en geheiligd, 2 Thess. 2 : 13, 14. is dit wel waar met u? Wat zoudt gij antwoorden? Zegt gij, dat gij niet geheiligd zijt, het Woord en de Geest zullen getuigenis tegen u geven-,e^ zeggen dat gij dan ook niet uitverkoren noch gerechtvaardigd zijt. Zegt gij, dat gij het niet weet, en dat gij van de heiligmaking of de vruchten des Geestes niet veel werk maakt , zij zullen weder antwoorden: hoe kunt gij dan zeggen, da gij geroepen en gerechtvaardigd zijt ? Want het is een waar ei zoo klaar als de zon, en zoo onbeweeglijk als de hemel en de aarde, dat niemand geroepen en gerechtvaardigd is, dan die ook geheiligd is; en degenen die niet geheiligd zijn, ook met gerec 1 vaardigd zijn, Rom. 8 : 29, 30. Zeg nu eens, hoe gij vrede kunt hebben ? Tenzij gij uw aangezicht steenhard maakt voor Gods eeuwige waarheid, of uw geweten geneest met een pleister, waarvan gij geen pijn hebt. Indien dan de Heere u nooit de zonde bitter gemaakt heeft, laat de heiligheid u toch zoet wezen. Zoo het volharden in de zonde u een bewijs geweest is van uw verdoemenis, och laat de rijkdom der gena e van Christus, door u te verlossen van de beklagenswaardige slavernij en macht der zonde, een bewijs voor u wezen van uw zaligheid! O dank God voor de minste mate van heiligmaking, bespot noch veracht dezen Geest der genade niet heimelijk, gelijk velen in deze verbasterde eeuw beginnen te doen, zeggenae:

gij ziet naar genade, vruchten, kenteekenen en bewijzen van heiligmaking en een heilige gestalte des harten, wat hebt gij er aan ? O laat het u des te dierbaarder wezen ; ween, omdat gij zoo weinig hebt, doch dank den God en Vader der genade voor dat weinigje wat gij hebt, en draag het als een sieraa om uw hals, wetende hieraan dat gij uit God geboren zijt, maar dat