is toegevoegd aan uw favorieten.

Salomons tempel, door het evangelielicht opgehelderd en vergeestelijkt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God in 't N. Testament, gelijk die gezegd wordt gebouwd te zijn op Christus de grondsteen; zoo is er geen ander Fondament als Hij, 1 Cor. 3:11, 12. Maar gelijk ze gezegd wordt gebouwd te zijn op de Apostelen, zoo wordt ze gezegd te hebben twaalf Fundamenten, en moest geen hebben als haar, Openb. 21 : 14.

Wat beduidt dit dan? Wel, wij moeten gebouwd worden op Christus, zoo als Hij is onze Priester, offerande, Profeet, Koning en voorspraak; en op de andere, zoo als zij onfeilbare Leermeesters en Predikers zijn van Hem; niet dat iemand een Apostel mag zijn, dewelke zoo van zichzelfs gevoelen zal, noch dat een andere Leer bediend worde, als die welke is de Leere der Twaalven; want ze worden voortgezet als de voornaamste en laatste. Deze zijn ook, als Mozes, dewelke zijn om opzicht te hebben over het geheele gebouw, en toe te zien, dat alles in dit Huis geschiedde naar het voorbeeld, haar op den Berg getoond, Exod. 39 : 43. Joh. 20 : 21, 22, 23. 1 Cor. 3 : 9. Cap. 4 : 9.

Laat ons dan deze onderscheiding v/el vasthouden, en niet een Apostel stellen in de plaats van Christus, noch Christus in de plaats van een van deze Apostelen. Laat niemand als Christus zijn de Hoogepriester en Offerande voor ulieder zielen bij God; en geen Leer behalve die der Apostelen, zij aan ulieden als de mond van Christus vooi onderrichting, om u te bereiden, en om materialen te bereiden voor dezen Tempel Gods, en die te bouwen op dit Fundament.

VIII. Van de Kostelijkheid der steenen, dewelken gelegd werden tot de grond-legging van den Tempel.

Deze grondsteenen, gelijk zij groot waren, zoo waren zij kostelijke steenen, schoon, als ik zeide, zij van haarzelven van geen meerder waardij waren, dan die uitgelaten werden. Hare kostelijkheid derhalve bestond in deze toevoegselen, die zij ontvingen van des Konings bevel.

Eerstelijk. In dezen arbeid, die op haar besteed werd in het zagen, polijsten en houwen. Want de knechten, gelijk zij in dit werk kunstig waren, zoo besteedden zij veel van haren arbeid en kunst op dezelve, waardoor zij die in eene uitnemende gedaante brachten, en toevoegden tot hare grootheid