is toegevoegd aan uw favorieten.

Salomons tempel, door het evangelielicht opgehelderd en vergeestelijkt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(B) De gemeenschap van levende steenen met elkander, en alle met Christus in de orde en godsdienst, ingesteld door 't Evangelie, zulke aangename vergaderingen en woonplaatsen van den berg Sion, die zijn ook van Hem. Dit is dienstig voor zijn uitwendige godsdienst; en Hij wilde nooit toestaan dat de wil van eenig schepsel zou zijn, de mate van zijn eer. Hij richt op de kandelaars, en houdt de sterren in zijn rechterhand. Ziet op de instelling van dit gebouw. Het is van Christus en tot besturing omtrent dit gebouw; het is geheel van Hem, wiens woord en geest is in de instelling, besturing en volmaaktheid. Hieruit neemt nu eenige aanmerkingen.

(1.) Is Christus de bouwheer van dit huis? Kan Hij ons alleen bekwaam maken voor dit gebouw, door zijn almachtige kracht, en leven geven in doode steenen, dat ze mogen opwassen om heilig te zijn en levende woonplaatsen voor Hem? Wat wordt er van de befaamde werkmans vrije wil, en een kracht van te gelooven in ons zelf? Werken zij niet krachtig in dezen Tempel? Gelijk het was in Salomo s Tempel, daarin werd geen bijl, noch hamer, geen steen noch ijzer gehoord, terwijl deze gebouwd werd, 1 Kon. 6:7. Zoo in dit geestelijk huis, dien ijzeren hamer van vrije wil niet is gehoord, het komt niet bij 't werk te pas, Christus doet ajles alleen; Hij geeft leven aan die het Hem behaagt. Zal men denken, dat een doode wil in zich heeft een leven-gevende kracht? Zal een geest van leven gesponnen worden uit de ingewanden der doode natuur? Is het de wil des menschen of de wil van God, die den mensch tot Christus trekt, zonder wien wij niets kunnen doen? Is het de geest van 't vleesch, dat ons met Hem vereenigd, waarin wordt dan die werkmeester gebruikt, die zooveel geraas maakt in de wereld? Zelfs waar de mensch roept, ga voort, laat ons eene stad bouwen en een toren, welks opperste reikt tot aan den hemel, Gen. 11 : 4. Onder hen, die Babel wilden bouwen, een toren van hun eigen maaksel, om daardoor ten hemel te klimmen, de Heere komt weder, en bederft al hunne ondernemingen. Deze werkman plaatst nooit steen in 't huis van Christus, ja 't is gelijk de dwaze vrouw, die haar huis neerwerpt met haar beide handen. Wat de vrije genade opricht, dat werpt de vrije wil omver, en 't bederft alle goeds.

(2) Ziet hieruit een groote misvatting van vele arme schepselen, die gaarne steenen wilden zijn in dit huis, voor een