is toegevoegd aan uw favorieten.

Van spreken tot schrijven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Zie § 8) en dientengevolge met wantrouwen hebben leeren opzien tegen de taalkennis die in hen is: ze hebben niet geleerd te zweren bij de wijsheid van hun meester. Voor het stellen is het ook een niet onbelangrijk voordeel, dat deze methode de leerlingen op een eenvoudige wijze in staat stelt de voornaamste moeilijkheden der interpungeering te overwinnen. (Zie § 15 en 74.)

Mij is gevraagd aan deze methode voor het zuiver schrijven ook meer opzettelijke oefeningen in het stellen te verbinden. Ik ben daartoe niet overgegaan. Ten eerste wil ik eerst liever afwachten, hoe deze poging ontvangen wordt. Maar bovendien is het mijn meening, dat goed stelonderwijs zoo nauw moet samenhangen met het gewone onderwijs en met den levenskring der kinderen, dat het hoogst moeilijk is een gang te geven, die voor alle of zelfs voor een groep scholen kan gelden. Daarom heb ik ook geen brieven en dergelijke opgenomen. Voor een ervaren onderwijzer is het weinig bezwaarlijk datgene van de practijk des levens te geven, waarvoor de kinderen rijp zijn. Ik meen al veel gedaan te hebben, als door deze methode de leerlingen zich gemakkelijk schriftelijk leeren bewegen. Dit lijkt me voor een algemeenen gang practisclier dan al het zoogenaamde practische gedoe.

De overweging, dat het bezwaar van niet-algemeene bruikbaarheid ook geldt voor een methode voor het zuiver schrijven, heeft me van de uitgave niet teruggehouden. Daarbij toch is het gemeenschappelijke, dat een algemeene methode mogelijk maakt, veel meer. Ieder kan de oefeningen overslaan, die voor zijn leerlingen van volstrekt geen nut zijn en bijvoegen wat noodig of wenschelijk blijkt, — mits hij het dialect zijner leerlingen kent, wat volstrekt noodzakelijk is voor goed taalonderwijs (ook voor dat in lezen en stellen). In geen geval mag men doen, alsof het bezwaar niet bestond en ten koste van de eindresultaten de leerlingen opofferen aan een schijnbare eenheid. Want, welk taalboek men ook gebruike, de kinderen blijven dezelfde: het verschil in uitgangspunt kan door geen enkel boek weggenomen worden. En het is dus een fictie, dat er eenig taalboek zou zijn, hetwelk, in zijn geheel, kan dienen voor het heele land. (Zie § 4 en 6.)