is toegevoegd aan uw favorieten.

Van spreken tot schrijven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgende beantwoording der vragen- Dit zou de dood zijn van het persoonlijke in het onderwijs.

Dictees. Men lette er op, dat de dictees ook bestemd zijn om den woordenvoorraad der leerlingen uit te breiden, en ga dus eerst na, of er ook woorden en uitdrukkingen in voorkomen die vooraf opheldering behoeven. In 't algemeen zal het wenschelijk zijn goed in 't oog te houden, dat het leerdictees zijn en dat dus niet bij alle de eisch mag gesteld worjien, dat' de leerling ze zonder eenige voorbereiding geheel zonder fouten maakt. (Zie blz. 98.) Ieder onderwijzer kan zelf gemakkelijk nagaan, welke woorden of welke vormen en zinnen een voorafgaande bespreking behoeven: de in vorige dictees gemaakte fouten zijn de beste vingerwijzing. Men verwarre deze dictees niet met de dictees ter onderzoek die op examens opgegeven worden. Dictees die te moeilijk blijken, kunnen zonder bezwaar weggelaten worden: er is voorraad genoeg.

Interpunctie. Met het niet-noenien der komma's kan, dunkt me, in de laatste helft van het vierde leerjaar begonnen worden. De leerlingen zijn dan voldoende geoefend in het vlug herkennen der tijdwoorden. (Zie vooral § 74.) Men lette erop, dat men bij het dicteeren niet altijd ophoudt bij de komma's: dit zou aan de dictees alle waarde voor de interpungeering ontnemen.

Voor de dubbelepunt zie men Leerjaar V Oef. 93.

Vul in ... . Mondeling. Daarna schriftelijk of dictee.

De bedoeling van deze opgave is niet, dat al deze bewerkingen moeten geschieden. Meestal wel de mondelinge invullingen : bij vele oefeningen kan het daarbij blijven, zooals bij de aanduidende woorden, de naamvals-n, de meervouds-n van tijdwoorden enz. Naar gelang van de gebleken behoefte kan dan een grooter of kleiner deel schriftelijk bewerkt worden: in scholen met één leerkracht voor elke klasse in den vorm van een dictee, in de andere met schriftelijke invulling, die meestal een noodzakelijk kwaad is. Men vergete niet, dat schriftelijke bewerking van tal van opgaven over eenig taalverschijnsel vaak tijdverknoeien is: de mondelinge behandeling heeft hetzelfde effect en men doet veel meer. Voor onderzoek is natuurlijk schriftelijke behandeling noodig: zijn er dan te veel fouten in het werk, dan is de zaak als de leergang goed is, óf onvoldoende behandeld óf werken de leerlingen met te weinig aandacht: voor geen van beide gebreken helpen eindelooze oefeningen.

Woordvorming. (Zie § 16 en 64) Vele dezer opgaven staan los van de andere oefeningen en kunnen dus ter afwisseling