is toegevoegd aan uw favorieten.

Van spreken tot schrijven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was officier en kommandeerde, Max was sergeant.

b. Toen* mijn jongste zusje laatst ziek was, werd de dokter gehaald. Die zei, dat ze de koorts had: hij bekeek haar tong en voelde haar pols. Ook gebruikte hij een thermometer; wat hij daar mee deed, begreep ik niet recht. Toen schreef hij een receptje en daarmee ging ik naar de apotheek. De apotheker bekeek het papiertje en zei, dat het drankje binnen een uurtje bezorgd zou worden.

Toen mijn zusje wat beter werd, maar toch nog niet op straat mocht spelen, begon ze zich te vervelen. Daarom ging ik naar de meester van haar klasse en verzocht hem uit haar naam mij een boek uit de bibliotheek te geven. De onderwijzer wilde dat graag doen en vroeg, of ik ook de titel van het boek wist, dat ze het liefst wou hebben. Ze had geen titel genoemd en daarom gaf de meester me maar een boek mee, dat ze zeker wel mooi zou vinden.

57. Dictee van:

brandbaar, eetbaar, drinkbaar, leesbaar, onbeweeglijk, ongeloofelijk, arbeidzaam, behoedzaam, volgzaam, zorgzaam, voedzaam, bijterig, kijfachtig, slaperig, schaapachtig, aapachtig, beverig, dwergachtig, reusachtig, grijsaard, luiaard, knoeierd, blufferd, dienares, apothekeres, besteedster, huishoudster, baanwachtster, tobster, snapster, lasteraarster, dievegge, zwerveling, sterveling, sterfelijk, onaardig, onnadenkend, vuurrood, sneeuwwit, kleverig, muisstil, bliksemsnel, doodzwak, loodzwaar, doodstil, doodgoed, stokstijf, huichelaar, stamelaar, verpleegster, leverancierster, rangeerster.

73. Oroot en verstandig

Gisteren ben ik voor het eerst van mijn leven in de dierentuin geweest. Vooral werd mijn aandacht getrokken door de olifant.