is toegevoegd aan uw favorieten.

Kapitaal en arbeid in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langen was het meeste, wat methet besnoeien en afsnijden der koninklijke macht in '48 gevaar liep. Zij beschaduwde nog en gaf gouden vruchten, maar het inwendige was uitgehold; één stoot maar, en daar lag zij.

Tegenover de machteloosheid en sleur der regeerders, stelden de liberalen hun program van diepingrijpende hervorming en algemeene vernieuwing van staat en maatschappij. Het breken met het stelsel van wettelijke bescherming zou leiden tot de herleving van handel en bedrijf; de afschaffing van allerhande privilegies en premies den ondernemingsgeest aanwakkeren. Daarom eischten zij opheffing van indirekte belastingen, afschaffing van graanrechten en accijnzen: deze maatregelen beschouwden zij als het beste middel, de kwaal van het voortwoekerend pauperisme uitteroeien, dat in de schromelijke duurte der eerste levensbehoeften, en het voortdurend gebrek aan werk zijn wortels had. Daarnaast verlangden zij met klem de hervorming van het onderwijs: zoowel uitbreiding van het volksonderwijs, ten einde het opkomend geslacht van proletariërs de elementaire kundigheden bij te brengen, die zij in dienst van het kapitalisme noodzakelijk zouden behoeven, als de verbetering van het middelbare, dat voor de middelklasse, wilde zij konkurreeren met het buitenland, een levensbelang was. En als derde programpunt stelden de liberalen den bouw op van spoor-, of gelijk men toenmaals placht te zeggen, „ijzeren" wegen, om de binnenlandsche kommunikaties te verbeteren, Nederland uit zijn vereenzaming te bevrijden en het in verbinding te brengen met de omringende landen.

Om dit program ten uitvoer te kunnen brengen, om de staatkundige instellingen ten bate van de kapitalistische ontwikkeling — een ontwikkeling, welke in die jaren in het gemeenschappelijk belang van alle moderne klassen lag, dus ook in die van het proletariaat, — te kunnen aanwenden, was het noodig, de politieke heerschappij van de machten van het behoud (koningdom in verbond met de aristokratie van geld en geboorte) te breken. Het valt te betwijfelen of de nederlandsche