is toegevoegd aan uw favorieten.

Kapitaal en arbeid in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al deze bladen, die de uiterste linkervleugel van de liberale oppositie vormden, haar groote organen soms aandrijvend, vaak beschuldigend van lauwheid en slapheid, zochten meer dan in het volgen van een principieële strijdwijze, in persoonlijke aanvallen op het koninklijk huis, de ministers, enz. hun kracht, en spekuleerden op de schandaalzucht hunner lezers. Zoo ook op de beduchtheid voor schandaal der door hen aangevallen aanzienlijken. Dat zij het eerste deden was het onvermijdelijke gevolg van de autokratische regeeringsvorm, en ook het tweede zal wel minder toe te schrijven zijn geweest aan eenige aangeboren voorkeur van deze „enfants perdus" van het journalisme voor lage en verwerpelijke strijdmethoden, dan aan de ongunstige omstandigheden waaronder zij den strijd voerden. Zij misten elk steunpunt voor hunne demokratische neigingen, hun ontbrak datgene wat in den politieken strijd onmisbaar is, wil hij meer zijn dan een spel van persoonlijke eerzuchten en intrigues: de klasse wier aspiraties, begeerten en behoeften het zijn, die haar schrijvers en sprekers uitdrukken. Daar dit hun ontbrak, hadden zij slechts de keus, hetzij eenzame, invloedlooze idealisten of intrigeerende politieke avonturiers te wezen. En daar geen hunner moreel hoog genoeg stond, het eerste te kiezen, vervielen zij allen, vroeger of later, tot allerhand korruptie, lieten zich omkoopen door hen, die zij zoo verwoed bestreden hadden.

Of hun aanvallen, gelijk onze burgerlijke geschiedschrijvers elkaar sedert meer dan een halve eeuw naschrijven, werkelijke doorgaans „lasterlijk" waren, valt moeilijk te beoordeelen. In elk geval maakt een vergelijking van het karakter der demokratische pers in Nederland in de jaren voor'48, haar betrekkelijke onbeduidendheid, haar schandaalzucht en onmiskenbare neiging, door pogingen tot afdreiging en afpersing haar doel te bereiken, met de radikale en socialistische pers dier dagen in de omringende landen, opnieuw onze gansche achterlijkheid, de onontwikkeldheid der klassetegenstellingen, het volkomen ontbreken eener