is toegevoegd aan uw favorieten.

Kapitaal en arbeid in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleinburgerlijk-proletarische klassebeweging duidelijk.

Ontwortelde existenties, gedeklasseerde aristokraten als Andringa de Kempenaer en van Bevervoorde, verbitterden door persoonlijke teleurstellingen als Meeter, waren de eenigen die, iets gevoelend van de geweldige spanning welke alom in de veertiger jaren in Europa aan 't groeien was, trachtten ook hier een meer radikale strooming op te wekken. Sommige hunner, o.a. Meeter, noemden zich republikeinen, anderen, zooals Bevervoorde, stonden in verbinding met buitenlandsche demokratische vereenigingen en trachtten een stek daarvan in Nederland over te planten '). In de laatste jaren voor '48 schijnbaar een zekere invloed uitoefenend, het embryo vormend eener radikale kleinburgerlijke partij, kwam hun volslagen machteloosheid aan den dag zoodra de liberale bourgeoisie haar doel bereikt, de begeerde machtsposities veroverd had. Zonder dralen liet zij de nu onnoodig en lastig geworden „demokraten" los, die vóór de overwinning haar als uiterste vooruitgeschoven wachtposten zekere diensten bewezen hadden. In bittere woorden heeft van Bevervoorde, ongetwijfeld de meest begaafde onder hen, zijn teleurstelling uitgesproken en den dag verwenscht, dat hij zich in den strijd gestort had. Hij, die zich gouden bergen had voorgesteld van de zegepraal der liberalen, die naïf genoeg was geweest te gelooven, dat de eerste daad van een liberaal ministerie zou zijn, Burger en Courrier Batave tot gesubsidieerde regeerings-organen te maken, moest onder het eerste liberaal ministerie de wijk nemen naar 't buitenland wegens een persdelikt in de dagen van het oude régime begaan, de dagen van het bondgenootschap tusschen liberalen en demokraten. Geen wonder dat hij minister Donker Curtius van „verraad" beschuldigde, en in de

1) v. Bevervoorde was lid der Association démocratique te Brussel; in April '08 probeerde hij met eenige geestverwanten een vereeniging van nederlandsche demokraten op te richten. Dit werd hem door Donker Curtius, lid van het nieuwe liberale ministerie onmogelijk gemaakt. (Santijn Kluit in de Ned. Spektator jg. 1878.)

2) Ned. Spekt. bl. 246.