is toegevoegd aan uw favorieten.

Kapitaal en arbeid in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders uw wil niet kunnen verstaan, hun plichten niet kennen; geen reglementen voor hun gedrag nagaan, geen goed en stichtelijk gezang leeren. De eenige wetenschap, die hun onderwezen wordt is de leer van hun afhankelijkheid en dienstvaardigheid; het is de kennis, om orde en rust te bewaren; en hunnen stadgenooten, vaderland en vorst ten nut te zijn; het is de wetenschap, dat ieder zijn plaats in de Maatschappij moet bewaren" . . . . l)

Het eigenaardige van de plaats dezer kinderen in de nederlandsche samenleving der dertiger en veertiger jaren was echter juist hun overtolligheid. De armenscholen dienden om in hen aan te kweeken de eigenschappen die den pauper ongevaarlijk maken voor de burgerlijke maatschappij. Aan een intelligent weionderwezen proletariaat, zooals de moderne grootindustrie het noodig heeft, bestond hier geen behoefte. Maar de hongerige horde der bandelooze kinderen uit sloppen en achterbuurten moest worden getemd en een plooi krijgen van onderdanigen zin, dankbaarheid voor bewezen weldaden en fatalistisch berusten. Beter deemoedige handophouders, slaafsche aalmoes-ontvangers gekweekt, dan een verwilderde bende zonder eenige tucht te laten opgroeien. Ook het lompen-proletariaat kent, wordt de honger te erg, oogenblikken van rebellie, en het „gemeen" gold hier van ouds voor gevaarlijk, woest en wreed.

Zelden kwamen de kinderen der armen voor hun achtste of negende jaar op school en verlieten haar op hun tiende of elfde. Men kan nagaan hoeveel er van het geleerde hangen bleef. Hierbij kwam dan nog de groote schaar der kinderen, vooral op 't platteland, die in 't geheel geen onderricht ontvingen. In Overijsel b.v. konden omstreeks het midden der eeuw vele arbeiders lezen noch schrijven, en behielpen zich met den kerfstok. In '67, na twintig jaar liberale regeering, liepen nog 150.000 kinderen zonder eenig onderrichtte krijgen,rond.

1) a. v„ bl. 11—12.