is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen! weggeloopen, en voordat Johan aangaande zijn verdere houding nog een besluit had kunnen nemen, kwam „moeder" uit de voorkamer aangesneld.

„Wil jelui wel eens stil zijn! Bart, zet dadelijk dien stoel neer. Wat is dat nu weer voor gekibbel?"

„Hij heeft mij voor een meisje uitgescholden!" knarste Barthold, zoo overmand door drift, dat zijn stem geheel weg was; en hij balde de vuisten tegen zijn broeder en stampte op den grond. „Lafaard! Je zoudt het wel laten als ik even oud en sterk was als jij I"

„Als ik niet zoo heel veel sterker was, zou ik je afranselen totdat je kroop over den grond, maar tegenover zoo n klein hulpeloos jongetje moet ik lankmoedig wezen!" zeide deze glimlachend. Hij haalde de schouders op en ging weer zitten, den ander, die weer op hem afvloog, met zijn beide voeten afwerend.

„Moet het nu opnieuw beginnen ?" vermaande zijn moeder met een bestrafïenden blik. Daarop trok zij den kleinen driftkop tot zich en streek hem het haar van het verhitte voorhoofd weg.

„Foei, Bart, waarom ook zoo opvliegend te zijn?"

„Ik laat me niet beleedigen... vooral niet door hem!" klonk het met pathetische wanhoop.

Johan liet een sarrend gegrinnik hooren.

De jonge vrouw wierp haar oudsten nogmaals een berispenden blik toe.

Maar het kostte die zachte, kinderlijke blauwe oogen, geheel dezelfde als die van het kleine meisje, blijkbaar een geweldige inspanning zoo streng te kijken, en de uitwerking faalde dan ook geheel. Zooals zij daar stond in hare teere complexie, klein en blond en blank, over den mokkenden jongen heengebogen, zou men haar veeleer voor een oudere zuster dan voor de moeder van het drietal hebben gehouden.

Op dit oogenblik was een stap, een snelle stevige mannenstap in de gang hoorbaar, en nog voordat de deur werd geopend, ondergingen de vier gezichten in de kamer een algeheele verandering.

Johan boog het hoofd over zijn boek met een kleur als vuur; de jonge vrouw richtte zich overeind, met een zucht van verlichting, het kleine meisje zette zich in postuur om haar werk op de lei te vervolgen, en Barthold wendde zijn zwaar gewimperde, als door een tooverslag rustig geworden oogen verlangend naar de deur.

Deze werd opengestooten en de heer des huizes trad binnen, met een snellen blik de jongens beurtelings aanziende. Hij vroeg echter niets.