is toegevoegd aan je favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den knaap tusschen zijn beide handen en kuste hem verscheidene malen achtereen.

„Het is flink en eerlijk van je dit te bekennen, Bart. Maar Johan mocht je toch nooit sarren. Ziezoo, nu zeg ik je meteen goedennacht. Kom nu maar niet meer bij me. Ik heb nog veel te doen van avond. Slaap lekker, mijn jongen."

En met snelle stappen ging Meryan naar zijn studeerkamer terug, waar hij bleef werken tot lang na middernacht.

Inmiddels lag Barthold — volgens zijn belofte precies om halfnegen naar bed gegaan — uren lang wakker. Nu, in de stilte en duisternis kwam het tooneel tusschen hem en Johan hem weer opnieuw voor den geest, doorleefde hij nogmaals dat moment van machtelooze razernij, toen Johan hem een meisje had genoemd.

En hij voelde weer iets van de sensatie van toen — iets droogs in zijn keel en iets tintelends in zijn achterhoofd, dat hem half dol maakte. .. hem een stoel had doen grijpen met den wensch zijn broeder morsdood te kunnen slaan.

En als hij grooter en sterker was geweest, werkelijk de macht had gehad Johan te vermoorden . . . zou hij het dan niet gedaan hebben?

Deze vraag belette hem in te slapen. Hij lag rusteloos te woelen. Hij vond het, nu zijn drift voorbij was, afschuwelijk te moeten denken, dat... als hij niet te klein was geweest, hij op ditzelfde oogenblik misschien een moordenaar zou zijn — een moordenaar als Caïn. En dan zou hij nu, in plaats van warm in zijn bed te liggen, evenals deze radeloos inde duisternis voorthollen totdat.. .

Eenig geritsel in de kamer naast de zijne, waar Johan sliep, deed hem de oogen openen

Hij ging overeind zitten, luisterde even en zag weldra onder de reet der tusschendeur licht schijnen. Hij trok verachtelijk de schouders op en liet zich weer achterover vallen. Hij wist precies wat dat licht beteekende. Johan lag immers 's avonds in bed zoo vaak te lezen, bij een kaars, in het geheim. .. allerlei boeken, die niemand zien mocht, die hij stilletjes binnensmokkelde in zijn schooltasch, doodsbang dat vader het merken zou.

Een poosje geleden had hij, van den prins geen kwaad wetend, dood toevallig hem betrapt met zijn kaars en zijn boeken, en toen was Johan erg geschrikt, hem dreigend, „als hij voor verklikker speelde," het hem „geducht betaald" te zullen zetten!

Hij, Barthold, voor verklikker spelen! Als hij had willen klikken, had hij niet behoeven te wachten tot die gelegenheid !