is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan twee, geruischloos de kamer in, om op de mooie gebeeldhouwde stoelen langs den wand plaats te nemen met een zekere schroomvalligheid, als vermochten zij zich nog niet duidelijk rekenschap te geven van het verschil tusschen dat ééne kwartier in den morgen en al de andere uren van den dag. Meryan was er op gesteld zekere familie-tradities in eere te houden. Bij zijn ouders was ook altijd geregeld bijbellezing gehouden. Bovendien achtte hij het hoogst ontwikkelend voor zijn kinderen hen reeds vroeg met de moreele schoonheden en de hooge literarische waarde van het Boek der boeken gemeenzaam te maken.

Zelf toegedaan het beginsel van het vrije onderzoek in zake godsdienst, doortrokken met de vrijheidsdenkbeelden van '48. die hem na langen innerlijken strijd hadden doen breken met al de dogma's, al de godsdienstige en politieke leerstellingen, door zijn streng orthodoxen en conservatieven vader hem ingeprent, had hij zich te meer gehecht aan die ééne reliquie uit de dagen zijner jonkheid. Den bijbel kon hij, zonder zichzelf ontrouw te worden, blijven vereeren, zij het ook op geheel andere gronden dan voorheen — niet meer als de openbaring van het ongeziene, maar als een grandioos eerbiedwaardig gedachtenmonument uit de oudheid en de getuigenis van de edelste menschenziel, die ooit op aarde geleefd had.

Zoo had hij over den bijbel en de evangeliën tegen zijn jongsten zoon gesproken, toen deze acht jaar werd. En de devote aandacht, waarmede deze eene toehoorder des morgens aan zijn lippen hing, was hem in den beginne een genot geweest. Later zag hij zich gedwongen elk hoofdstuk, alvorens het hardop te lezen, eerst aan een nauwkeurige revisie te onderwerpen, om het voor de soms al te gretig luisterende kinderooren geschikt te maken. In den aanvang had hij gezegd, dat, al wie het een of ander van het voorgelezene niet begreep, hem dadelijk in de rede mocht vallen en uitlegging vragen. Niemand had er vroeger ooit aan gedacht dit te doen, maar Barthold wél, en dit gaf dan soms aanleiding tot vragen en opmerkingen, die Meryan met het oog op het gemengd gehoor minder wenschelijk achtte.

Zoo las hij op een morgen hoofdstuk XIX van het Evangelie van Mattheüs en kwam aan vers 21, waar Jezus tegen een rijken jongeling zegt: „Zoo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel, en kom herwaarts, volg mij."

Hier spitste Barthold reeds zijn ooren, en toen vers 23 kwam: „En Jezus zeide tegen zijne discipelen: Voorwaar,