is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meryan, èn als gastheer èn als vader, zich zoo onmogelijk had aangesteld, dat zij al hun tact en wellevendheid te hulp moesten roepen, om hun ergernis niet te verraden.

De jonge vrouw was de eenige, die, met een zekere belangstelling naar het andere einde der tafel ziende, zich afvroeg, of die leelijke donkere jongen met die droomerige oogen misschien een soort van wonderkind moest verbeelden. Haar man echter, die zich in zijn mooi, geestig vrouwtje beleedigd achtte, kon onmogelijk zwijgen en vroeg, een aandachtig onderzoek naar de vouwen van zijn servet instellend:

„Zeg, Meryan, ik wist niet, dat je zoo'n jongen hadt

een genie in den dop, dunkt me?"

De ironische toon waarop dit gezegd werd, riep in Meryan s oogen een uitdrukking te voorschijn, die de meesten reeds tot waarschuwing diende.

„Zoo, wist je niet, dat ik een zoon had die intelligent is ?— Hij is gelukkig zeer intelligent."

„Maar past het in je systeem van opvoeding een kind te laten meepraten over dingen, waarvan hij geen syllabe kan begrijpen ?"

„Neen, natuurlijk niet. Maar juist dat doet Barthold nooit. Hij praat alleen mee over de dingen die hij wel begrijpt, en dat sta ik hem onvoorwaardelijk toe."

De stem, een bijgeluid krijgend als een mes dat over een steen snerpt, bekrachtigde thans den blik, en de ander, begrijpend dat het onverstandig zou wezen zich op dit oogenblik door zijn verbolgenheid te laten meesleepen, hield het zich voor gezegd. Maar 's avonds in den spoorwegcoupé stelden de echtgenooten zich schadeloos. Wellicht ware Meryan verbaasd geweest als hij hun gesprek had kunnen beluisteren. Hij zelf vergat dadelijk discussies of woordenwisselingen, waarbij de tact der anderen onaangenaamheden had weten te voorkomen. Maar zij, die welstaanshalve gezwegen hadden, vergaven ze zelden en vergaten ze nimmer.

Mevrouw Meryan had soms een vaag besef van den eigenlijken stand van zaken, vond dat haar man Barthold wel wat bedierf, gaf ook soms iets in dien zin te verstaan aan hare vriendinnen, erkennend, dat Meryan tegenover den oudste buitengewoon streng was en den ander bepaald voortrok. Maar tezelfdertijd trachtte zij deze voorkeur te rechtvaardigen, vertelde zij hoe Barthold, bij zijn geboorte een heel zwak kindje, jaren lang ontzien had moeten worden, en hoe van zijne zijde de knaap, eenzelvig en ongenaakbaar voor vreemden, door zijn ongeëvenaarde aanhankelijkheid jegens hen als vanzelf aanspraak had op meer zachtheid en toegevendheid dan de oudste, die, wild en luchthartig en