is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had.... en waarom had Hij haar 200 mooi gemaakt, als hij niet gewild had, dat dit mooi-zijn haar uitkomst zou worden ?

En hare sombere gedachten van zich afschuddend, ging zij met veerkrachtigen tred naar haar slaapkamer, draaide de gaspitten van den toiletspiegel hoog op, deed haar hoed en mantel af, en vervolgens eenige benoodigdheden uit haar reistaschje te voorschijn halend, bracht zij haar toilet en haar kapsel in orde. Dit kalmeerde haar hoe langer hoe meer. Voor den spiegel te staan schonk haar altijd verademing, wanneer een soms radelooze angst voor de toekomst haar de keel dichtschroefde. Dan fluisterde het beeld daar in het glas haar toe, moed te houden ondanks alles.

Zwart bijna geleken de mysterievolle oogen tusschen de zware wimpers, zwart vooral in tegenstelling met het blanke marmer der fijngeaderde huid en de roodblonde aureool, die het volmaakt gelaatsovaal omlijstte. Er was een glinstering ais van stofgoud hier en daar in de golvingen onder de stralen van het hooge gaslicht. En niets was schooner dan de strenge eenvoud waarmede de zware haarwrong met een paar gitten naalden laag in den nek was bevestigd. Het gaf aan profiel en achterhoofd, in verband met het laag geplante haar boven de oogen, de zuivere lijnen van het antieke.

In stijve strenge rouwplooien was de slanke gestalte gedrapeerd, en een eigenaardige tegenstelling vormde het blonde etherische der figuur met al die doffe zwartheid. Deze omknelde haar als iets te zwaars, te drukkend voor haar jeugdige teerheid, deed meer nog uitkomen het touchante der geheele verschijning.

Voelde zij zelve wellicht iefs van dit alles, toen zij zich eenige minuten lang onderzoekend stond te beschouwen? Zeker is het dat het bleeke gelaat zich ontspande en zij met meer opgewektheid om zich heen ging zien. Een sterke tegenstelling vormde de sobere soliede Hollandsche comfort, die hier heerschte, met de bevallige coguette weelde van haar vertrekken te Brussel en vroeger in het ouderlijk huis, maar toch scheen het onderzoek haar tamelijk te bevredigen, want met een zuchtje van voldoening schoof zij een tabouret bij den vroolijk opvlammenden gashaard en strekte haar kleine voetjes op de ijzers, totdat de etensbel het middagmaal aankondigde.

Een gevoel van kieschheid had Meryan weerhouden Baby onmiddellijk bij aankomst aan haar voor te stellen. Hij wilde alles vermijden wat haar den indruk kon geven, „in betrekking" te komen. Die voorstelling geschiedde dus nu pas toen zij de eetkamer binnentrad.

„Hier heeft u ons klein meisje" zeide hij, Baby bij