is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarom hij toch zcrolang wachtte met een openlijke verklaring, maar dan suggereerden hoop en illusie haar hiervoor allerlei afdoende redenen. Hij was immers nog student, en dus geheel afhankelijk. Wel zou hij den volgenden zomer zijn doctoraal doen, maar voordat hij gepromoveerd was, kon hij toch niet beslist optreden. Wie weet of hij niet de tegenwerking van zijn vader te duchten had! Het trok meer en meer hare opmerkzaamheid, dat Meryan, onder een of ander voorwendsel, telkens hun lange gesprekken kwam storen. Ook gebeurde het in den laatsten tijd meermalen, dat juist op Zaterdag en Zondag avond, als Johan thuis was, hij inspannend werk had, zoodat hij dan op de meest heusche wijze haar verzocht de piano liever ongeopend te laten.

Zoo voelde zij langzamerhand iets vijandigs in zich opkomen jegens den man, met wien zij in het eerst bijna gedweept had, ging zij zelfs meer sympathie voelen voor de goedige naïeve Johanna, die zoo heelemaal niets zag en opmerkte en haar dan ook in geen enkel opzicht dwarsboomde.

Inmiddels brak het voorjaar aan, en daarmede een tijd van ernstige studie voor Johan, die nog vóór de groote vacantie wilde promoveeren en dientengevolge weken achtereen te Leiden bleef, het waarom hiervan aan Carla mededeelende op een wijze, die haar menig vurig dankgebed ten hemel deed opzenden.

Een half jaar ongeveer was Barthold te Delft geweest en de verandering welke in die weinige maanden bij hem viel te constateeren, wekte de verbazing van zijn vader in hooge mate op. Alles zou Meryan eerder verwacht hebben dan die plotselinge uitbarsting van natuur en jeugd en vermaak- en genotzucht die zich thans bij den Delftschen student openbaarden. In het eerst — al vond hij den ommekeer wel wat abrupt — verheugde het hem, dat Barthold, van een vreemden eenzelvigen knaap, zich begon te ontwikkelen tot een gewoon jong mensch, zoekend de verstrooiingen van zijn leeftijd. Daarna echter ontnuchterden hem bijna de waargenomen verschijnselen. Na in zijn zoon, van diens vroegste kindsheid af, iets te hebben gezien, wat de grootste verwachtingen van zijn karakter en zijn toekomst scheen te wettigen, vond hij het — zonder zich dit volmondig te willen bekennen — niet bijzonder aangenaam hem thans te zien vergroeien tot een allergewoonst specimen van de studeerende jongelingschap in dat overgangstijdperk waar in de schaduw van de hoogaltaren der wetenschap zij allen als losgebroken veulens in de groene levensweiden dartelen. Hij had wel iets van dien aard verwacht, gehoopt zelfs, maar toch gemeend dat, ook