is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik geen openhartigheid, maar de meesten moeten helaas het reinigingsproces tegen wil en dank ondergaan!"

Met deze woorden dronk Denners zijn laatste kopje thee uit, stond op om naar boven te gaan en reikte Barthold de hand.

„Aan het reinigingsproces in jouw hersenen heb ik part noch deel gehad, Meryan. Bovendien, een dergelijk proces vordert jaren en jaren. Gij hebt geen baanwachter noodig, daar staat je temperament mij borg voor. Een remtoestel zou beter wezen! Als je in de middeneeuwen geboren was, had je de monnikspij aangetrokken. In de zestiende en zeventiende eeuw zou je onder de humanisten je hebben geschaard, en nu in onzen schoonen tijd zal je in den klassenstrijd aan de zijde der moderne slaven staan .... en daar zal je wel aan doen."

Hij ging heen. En Anna die stil en zwijgend had zitten werken, verliet kort na hem de kamer, en ging naar boven naar zijn studeervertrek, waar een kleine lamp met groene kap een helle lichtvlek wierp op zijn papieren en boeken, de rest van de kamer in donker latend. Nauwelijks had hij voor zijn schrijftafel plaats genomen of de deur ging open en Anna trad binnen — Anna, die eerst aarzelend, bijna schoorvoetend naderde, en toen plotseling bij hem neerknielde.

„Papa .... ik kom u iets bekennen. ..." zeide zij met tranen in haar stem.

Het eerste oogenblik schrikte hij, maar plotseling schoot een gedachte hem door het hoofd. Hij kende die natuur zoo door en door, en begreep dat het daareven gesprokene op de eene of andere wijze met haar ontroering in verband stond.

„Een bekentenis ....?" vroeg hij met een glimlach, het kort geknipte aschblonde haar opstrijkend zooals hij dat bij een jongen zou hebben gedaan. „Zeg, kind, als die bekentenis je heel zwaar valt, wil ik je wel helpen...."

Zij zag in spanning tot hem op.

„Zeker dweepstertje heeft haar armen ouden vader ook wel eens beoordeeld als de buitenwacht; en nu begint zij misschien in te zien, dat hij toch zóó slecht niet is als.. .."

„Neen, papa, zoo iets mag u niet zeggen!" viel zij onstuimig in, en zij kuste zijn handen met een innigheid die hem bijna ontstelde.

„Je mag niet zoo sensitief zijn, Annatje!" zeide hij bedarend. „Ik wilde je immers maar een beetje plagen. Denk je niet dat ik niet wel eens gemerkt heb, dat je mijn doen en laten — of beter gezegd mijn laten zeer afkeurde.... dat ik volgens jou allerlei groote geruchtmakende dingen had moeten zeggen en doen, in plaats van rustig den arbeid te