is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat is zij toch weinig ontwikkeld!" dacht hij.

„Ik kan mij je gevoel op dat punt voorstellen." Zijn toon was nu zacht en onderrichtend als die welken men tegenover een kind bezigt. „Maar wij moeten toch onderscheid maken tusschen volk en volk, nietwaar? Er bestaat een categorie van wezens, tot de laagste trappen der maatschappij behoorend, die wij het grauw, het plebs noemen. Maar er zijn ook arbeiders op de wereld — die klasse van menschen, die met hard werken eerlijk den kost verdienen en dus op onze volste achting recht hebben."

„Nu herinner ik me toch dat hij me daarover gesproken heeft," zeide Carla. „Hij vond het verkeerd, dat er menschen waren die God geschapen had om het nare werk voor ons te doen."

„Juist, zijn illusie is dat alle menschen gelijk worden, en daarom wil hij zich bij de socialisten aansluiten."

„Bij de socialisten aansluiten.... dat meent u toch niet ?" riep Carla, in haar ontsteltenis half overeind rijzend, zoodat haar aanstaande schoonvader haar met een bedarende geste weer tot zitten aanmaande.

„Ik geloof," zeide hij nogmaals glimlachend, „dat je niet precies weet wat socialisme is, lieve Carla. Je leest nooit couranten en . ..

„Jawel," zeide ze bijna angstig, „dat zijn die boosdoeners die keizers en koningen vermoorden en al die afschuwelijke dynamiet-aanslagen hebben gepleegd."

„Neen, dat zijn geen socialisten, dat zijn heele of halve krankzinnigen, die in een gesticht thuis behooren! En. .. ging Meryan hoogst ernstig voort, eenigszins korzelig wordend onder de omstandigheid dat hij zelf nu ten slotte nog genoodzaakt was socialisten te verdedigen, „en je zult toch wel niet aannemen, dunkt me, dat de man dien je lief hebt en tot je echtgenoot hebt gekozen, zich met boosdoeners en moordenaars zou ophouden 1"

Zij vreesde zich te hebben verraden en werd vuurrood.

„Daarom juist schrik ik er zoo van," en in haar oogen kwamen tranen te voorschijn.

„Neen, neen, je begrijpt er heelemaal niets van." zeide hij wrevelig en daardoor onbewust in zijn meest apodictischen toon vervallend. „De socialistische beweging is in beginsel juist humanitair, dat wil zeggen, edel, menschlievend, huldigend het beginsel: ieder voor allen, in plaats van: ieder voor zich. Zij streeft er naar alle menschen op aarde geluk en welvaart te verschaffen, geen armen meer te dulden; begrijp je het nu?"

„Maar dat is immers onmogelijk, als God ze anders geschapen heeft en wil dat er werkmenschen zijn ?"