is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormde het zijne, want hij wist dat dit alles haar werd geschonken door zijne lie£de. Alles wat in haar oogen nog zoo begeerlijk was: aanzien, vleitaal, eerbewijzen.... uit zijne handen was het dat zij alles ontving, en al dat gewone en banale en wereldsche en gehuichelde, waarvan hij zelf vol afkeer de ziellooze leegheid doorzag, had hij thans bijna lief alleen om haar, omdat het haar zoo blijde maakte. Hij had het lief zooals men liefheeft het onoogelijkste speelgoed waarmede men zijn kind gelukkig ziet. Wat moest zij — zij vooral geleden hebben, dacht hij soms, onder hare treurige positie, welke voor haar veel pijnlijker was geweest dan zij ooit voor een zelfstandig denkend mensch had kunnen wezen!

Zij vergiste zich dus niet wanneer zij-met een glimlach van zelfvoldoening constateerde, dat hij geheel in haar opging, dat zij werd aangebeden zooals zij dat wenschte, en twijfelde er dan ook niet aan, of zij zou eenmaal die onbeperkte macht over hem krijgen, welke een vrouw als zij over „dien goeden onnoozelen jongen" behoorde te hebben. Eenmaal getrouwd, zou zij hem geheel naar hare hand zetten. In zooverre bewonderde zij de tactiek van den ouden Meryan, die zoo juist had ingezien, dat haar invloed alleen hem van die slechte relaties die hij had aangeknoopt zou kunnen redden. Maar over het geheel moest zij toch lachen over zijn exagératies! Het had veel minder te beduiden dan hij meende. Hij sprak zelfs nooit meer over al dien onzin!

Eene hevige emotie had zij gehad toen de eerste die haar kwam gelukwenschen Johan was geweest. Zijn beeld was maanden lang op den achtergrond geraakt. Op haar aanvankelijken haat had de kennismaking met Robert Kant, voor wien zij — zooals zij het bij zichzelve noemde — „een serieuse neiging" had gehad, een kalmeerende uitwerking geoefend. Daarna was die laatste indruk weer zwakker geworden, en kwam de oude veete nu en dan weer opflikkeren. Maar over het geheel zag zij hem zelden. Alida, die binnenkort hare eerste bevalling tegemoet zag, was lijdende en ging niet uit, en hij zelf had het te druk om vaak bij zijn ouders te komen. Hij begon een man van gewicht te worden, zat in tal van commissies en besturen en deed vooral veel aan philar.tropie. Verscheidene malen reeds hadden de couranten zijn naam vermeld, en juist onlangs, kort vóór de verloving, hadden zij een uitvoerig verslag gegeven van een rede die hij gehouden had als donateur en bestuurslid van de vereeniging „Charitas" — een rede, waarin hij nadrukkelijk had gewezen op de droeve ontaarding van dezen tijd, op het langzaam verslappen van begrippen van deugd en moraliteit, op het gebrek aan godsdienstzin, vooral bij de lagere standen, en