is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevreesde sombre graf-schaduw reeds schijnt rond te waren.

Hoorde zij daar iets in de ziekekamer ?

Zij luisterde. Hij was immers niet ontwaakt? Het zou niet goed zijn als hij Anna herkende! Zij trad zachtjes naar de tusschendeur, die half open stond en zag naar binnen.

Anna, aan het hoofdeinde van het ledikant gezeten, had een zijner handen in de hare, en lei met het hoofd op het kussen, vlak naast zijn hoofd, met gesloten oogen en met een kalme bijna vredige uitdrukking op de van smart ingezonken trekken.

En haar zoo ziende, trad haar moeder even zacht weder terug, eerbiedigend de droeve wijding dier oogenblikken, waarin haar kind, voor het eerst met het volle bewustzijn van haar gevoel, zich bevond bij den man dien zij liefhad, doch die dit zelf nimmer weten zou!

„En zij passen zoo geheel bij elkander.... Zij zijn elkander zoo ten volle waard, die twee naïeve vertrouwende godskinderen !" dacht zij in stille droefheid. En plotseling stroomden der grijze moeder de tranen over de wangen, terwijl Anna, vlijend haar hoofd naast dat van den geliefde op de lijdenssponde, in wanhoopswellust voelde hoe zijn adem zich vermengde met den hare en verlangde zóó in deze zelfde ura met hem te kunnen sterven. Nu was het jonge meisje kalm en was het de bejaarde vrouw die geluidloos haar smart uitsnikte, wetend, dat wat de toekomst ook brengen zou, het voor Anna slechts lijden zou wezen.

Johanna en Meryan beiden hadden Prof. Denners onmiddellijk naar Delft vergezeld. De tijding had hen hevig geschokt. Toen Anna's moeder, alléén nu, hen bij aankomst had ontvangen, was de begroeting van beide zijden koel en gedwongen geweest en ook in den trein was alles zeer officieel toegegaan. Men had uitsluitend over den ziektetoestand gesproken en over de weinige hoop die er volgens den dokter bestond. Meryan kende de richting door den hoogleeraar voorgestaan, had veel van hetgeen gebeurd was aan zijn invloed toegeschreven, en riep al zijn tact en zelfbeheersching te hulp, om zich tegenover hem een man van de wereld te betoonen. En Johanna, hoewel bij haar komst zeer geïmponeerd door die groote statige vrouw met het grijze strenge cameeënprofiel, kon een zekeren innerlijken wrevel moeilijk onderdrukken.

Snel en fluisterend, om den zieke niet te storen, werden de noodige inlichtingen en aanwijzingen aangaande de toe te dienen geneesmiddelen en verdere oppassing gegeven en ontvangen. De ontboden verpleegster was reeds op haar