is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

post, bezig het ijsverband te vernieuwen. Daarna kon mevrouw Denners hem veilig aan de hoede zijner ouders overlaten.

Thuis komende, ging zij dadelijk naar Anna, die op hare kamer in spanning haar komst verbeidde.

„Hij is nog altijd vrij rustig. De verpleegster, een vrouw op leeftijd reeds, blijkt uitstekend, en het ijs werkt goed. Zijn vader is ook meegekomen."

„Goddank! Wat zal hij gelukkig zijn als hij hem herkent!"

„Van herkennen is nog geen sprake. De dokter scheen wel een weinig minder bezorgd bij zijn laatste visite, maar zegt dat deze bewustelooze toestand, zelfs onder de gunstigste omstandigheden, nog dagen lang kan aanhouden."

„Hoe waren zij bij aankomst ?" vroeg Anna, de handen tegen haar kloppende slapen drukkend.

„Zeer onder den indruk, natuurlijk, maar kalm... en tegenover mij onberispelijk beleefd en officieel erkentelijk. Ik begrijp zeer goed, dat zij ons van alles de schuld geven. Den superieuren aanleg van hun eigen kind wijten zij aan vreemde invloeden, om die tot zondebok te kunnen maken! En toch... toch is het mij niet mogelijk, ondanks alles wat schijnt er mede in strijd te wezen, hier de herediteit weg te cijferen. In den vader moet, toen hij zelf jong was, ook een fond van idealisme zijn geweest, dat door het voortdurend toenemen van de epidemische goudkoorts en vooral het aangroeien van zijn eigen fortuin langzamerhand is onderdrukt."

„Zijn wij nu geheel van hem gescheiden, moeder ?" vroeg Anna, haar in spanning aanziende.

„Neen, ik ben besloten om de twee of drie dagen, al is het maar kort, bij hem te gaan, totdat ik ten minste weet dat hij buiten gevaar is!"

„Buiten gevaar! Dus gelooft u dat hij nog te redden is?"

„Ik zeide je immers dat de dokter het laatst iets meer hoop gaf . .. En dan zal je krachtig wezen, niet waar, Anna ?"

„O ja, zóó krachtig ... als hij maar behouden blijft! Noch hij noch iemand zal ooit iets merken. Ik zou het zelve misschien niet geweten hebben, als deze verschrikkelijke angst niet over me was gekomen."

De door levenservaring gerijpte vrouw zeide niets meer, hield zich alsof zij volkomen gerustgesteld was en kuste haar teeder goeden nacht.

„Ik wil vast op je vertrouwen, lieveling," zeide zij, wel wetend dat op een natuur als die van Anna dit woord als een talisman kon werken.

Johanna Meryan bleef aan het ziekbed van haar zoon en haar echtgenoot keerde den volgenden dag naar Amsterdam

B. M. 26.