is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarom ben ik katholiek?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij de Christus zijt, de Zoon Gods," antwoordde Jezus: ,,gij hebt het gezegd, m.a.w. „Ik ben het" (Matth. 26 : 63—65). Hij zegt, dat Hij dezelfde werken doet als de Vader (Joan. 5:17—21), dat Hij is de Rechter van alle menschen (Joan. 5 : 22); iHij vergeeft de zonden (Mare. 2: 5—12); Hij vordert voor zich goddelijke eer: „opdat allen den Zoon eeren, gelijk ze den Vader eeren. Wie den Zoon niet eert, eert niet den Vader, die Hem gezonden heeft" (Joan. 5 : 23).

Het is dus zeker, dat Christus zich noemde den Zoon Gods, werkelijk God, den door God gezonden Messias. Dit heeft Hij getuigd herhaalde malen, met duidelijke woorden, niet in het geheim, maar openlijk in tegenwoordigheid van velen, zoowel van de Joden, hun priesters en schriftgeleerden, als van zijn leerlingen.

Dat getuigenis moeten wij verstaan in den letterlijken zin. Immers de Apostelen verstonden het zoo en Christus liet hen in die meening. Petrus belijdt het openlijk: „Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God" (Matth. 16 : 16), en Christus prijst hem daarom. Ook de Joden, zelfs de priesters en schriftgeleerden, verstonden het in den letterlijken zin; daarom juist klaagden zij Hem aan als godslasteraar. En Christus sprak hen niet tegen, maar hield zijn getuigenis vol tot in den dood.

Hen van beiden dus: wij moeten of met de Apostelen en leerlingen, met de duizenden Christenen aller eeuwen Christus' woorden gelooven en zeggen: „Woorden van eeuwig leven hebt Ge. En wij hebben voorgoed geloofd en erkend, dat Gij de Christus zijt, de Zoon Gods" (Joan. 6 : 69—70); öf, wanneer wij Hem niet willen gelooven, met Caiphas en de ongeloovige Joden Hem voor een hoovaardigen en goddeloozen bedrieger en dweper houden, zooals er nooit een op aarde heeft geleefd: „wijl Hij, een mensch, zich zelf tot God maakte" (Joan. 10 : 33).

Evenwel dat laatste is onmogelijk; want overtuigend en