is toegevoegd aan uw favorieten.

Ethische fragmenten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet zij daarom voortdurend ontleenen aan de Eeuwige Beweegkracht; voortdurend moet zij weer putten uit de diepte - zal ons ideaal van goed niet dalen, dan moeten we telkens terug naar de bron van ons zedelijk bestaan. Die bron welt in ons hart. Daar wordt ons toegeroepen: gij zult. Daar spreekt de zedelijke eisch met absolute macht, d. w. z. zonder rekenschap te geven. "VVie niet telkens en telkens weer die bron opzoekt; niet telkens weer de zedelijke waarheid voor zich stelt - of juister: zichzelf stelt voor de zedelijke waarheid, die in hem woont, diens ideaal moet dalen. Wie niet voortdurend in de waarheid komt, gaat achteruit, ook in zijne voorstelling van het goede. En daar is geen dieper komen in de waarheid dan het gebed. Wederom: zonder dat sterft de toewijding.

Ten tweede: de mensch lieeft behoeften, waarin de toewijding niet kan voor-zien.

Over ons komt ons lot. Al zoeken wij onszelf niet, we behouden toch ons gevoel. En dat lot kan pijn doen.

Het is waar: wij moeten ons lot omzetten in onzen geestelijken vooruitgang, onzen rouw tot zegen maken voor anderen, onzen tegenspoed aangrijpen als prikkel om meer te arbeiden. Dit is de edelste houding, die wij vermogen aan te nemen tegenover ons lot. Maar daarmede mag de pijn verminderd worden, weggenomen wordt zij niet.