is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Katholieke kerk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tempels laten we u behouden. Hetzelfde getuigt ook de heiden Plinius, stadhouder van Bithynië (Klein-Azië), in een klaagschrift aan keizer Trajanus: „Er is een groot getal personen van eiken ouderdom, stand en geslacht, hetwelk dezen godsdienst aanhangt. Dit kwaad bestaat niet alleen in de steden, maar is ook in de dorpen en op het platteland verbreid. Bij mijne aankomst in Bithynië zag ik onze tempels eenzaam en verlaten, de godsdienstige feesten geschorst, en nauwelijks vindt men er iemand, die den goden offers brengt."

Deze roemrijke verbreiding van jezus' leer is niet het werk der menschen, maar van God. De snelle aanwas der geloovigen, niettegenstaande de hardnekkigste vervolging, levert het bewijs, dat de Kerk van goddelijken oorsprong is. Toch zijn er, behalve de wondervolle bescherming Gods, nog vele andere oorzaken, welke de zegepraal van den waren godsdienst krachtig bevorderd hebben.

a) Inhoud der christelijke leer. De verhevenheid en

reinheid der christelijke leer, welke het verstand en gemoed der menschen in alle opzichten bevredigen ; inzonderheid ook trokken de troostvolle beloften voor dit en het andere leven alle edeldenkende Heidenen in hooge mate aan.

b) Heilige levenswandel. Nog meer echter was het de buitengewoon heilige levenswandel der eerste geloovigen, welke de Heidenen met achting jegens den christelijken godsdienst vervulde. Want waar deze verkondigd werd, greep een wondervolle omkeering der zeden plaats. Daar werden de trotschaards ootmoedig, de gierigen mild, de ontuchtigen kuisch, de onmatigen ingetogen, de wraakzuchtigen vredelievend; daar vielen de ketenen der slaven, de boeien der gevangenen, daar eindigde de nood der armen en lijdenden, daar werden allen „één van hart en één van ziel." — Plinius, de bovengenoemde heidensche landvoogd, legt het volgende loffelijk ge-