is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Katholieke kerk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gemoederen in de heftigste beweging bracht en het land met moord en brand vervulde. johannes huss, leeraar aan de universiteit te Praag, beweerde n.1.: „De ware Kerk van Christus is onzichtbaar; slechts de rechtvaardigen zijn daarvan leden. De overheid — zoowel de geestelijke als de wereldlijke — die zich in staat van doodzonde bevindt, bijgevolg niet tot de Kerk behoort, behoeft niet gehoorzaamd te worden, —" enz. Wegens deze leerstellingen werd huss door zijn bisschop geëxcommuniceerd, en toen hij hardnekkig in zijne dwaling bleef volharden, voor het Concilie van Constanz gedaagd. De dwaalleeraar verscheen er, doch weigerde zijn leerstellingen te herroepen Deswege werd hij door het Concilie als ketter veroordeeld en aan den wereldlijken rechter overgeleverd, die hem naar de toenmalige wetten met den vuurdood strafte. Dit verbitterde in hooge mate zijn talrijke aanhangers; zij verzetten zich tegen alle geestelijk en wereldlijk gezag, sloegen tot volslagen oproer over, en Bohemen werd het tooneel van ongehoorde gruwelen. Na een lange worsteling gelukte het den Duitschen keizer, hen te onderwerpen, en het Concilie van Bazel (1431) slaagde er in, een gedeelte der Hussieten weder met de Kerk te verzoenen. De overige volgelingen van den dwaalleeraar noemden zich voortaan „Moravische Broeders" Zij bezitten te Zeist een gemeente en worden ook Hernhutters geheeten.

Ergernis. Omstreeks 1500 gaven zelfs geestelijken aanstoot en ergernis, door een wereldsch leven en het veronachtzamen hunner herderlijke plichten. In menig klooster was de tucht verzwakt, waren genotzucht en wereldschgezindheid doorgedrongen. Het kan dus geen verwondering baren, dat het volk zijne plichten niet betrachtte, onwetend bleef en in menig opzicht geen christelijk leven leidde Daarenboven waren er toenmaals vele geleerden, die, aangestoken door de uit Konstantinopel gevluchte