is toegevoegd aan je favorieten.

Verbrijzeld en toch overwinnaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitoefenen en hunne manieren geleerd hebben van ridders en groote heeren?» vroeg Hubert, die op zijn beurt begon te schimpen; „maar spreekt men van een engel hiei komt er juist een uit de voorpoort."

„Een engel?» zeide Armand lachend, ik zou hem abtelijk boogschutter noemen.

Armand had gelijk. Toen de jonge man dichterbij kwam, zagen de broeders dat hij op den mouw van zijn wambuis een welbekend merkteeken droeg, nl. de afbeelding van een abt met een herdersstaf in de hand en voor hem uit een schild met het blazoen van het eilandklooster. De boogschutter ging haastig de brug over naar den grooten weg, waar Hubert met welgevallen zag, hoe hij stilstond om een blinden bedelaar bij de hand te nemen en voorzichtig naar de overzijde van de brug te geleiden.

„Dat is nog zoo kwaad niet voor een woesteling," zeide hij, „maar kom nu Armand, gij ziet de menigte groeit aan en iedereen gaat den weg naar de rivier op; de roeiwedstrijd begint bij de Rijnbrug.» Maar de broeders hadden dien dag geen voorspoed; de plechtigheid in de Kathedraal was afgeloopen en de menigte kwam nu van alle zijden aansnellen naar de rivier. Hubert en Armand werden voortgeduwd en gestooten tot verontwaardiging van Armand, die er des te gevoeliger voor was, omdat lompe Zwaben het deden.

„Wat helpt het," riep hij boos, „of wij al naar de Rijnbrug zien te komen; waarschijnlijk zullen wij daar toch mets kunnen zien, en indien al, het zal de moeite niet loonen. Laten wij een anderen kant gaan."