is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hannes XXIII, dien hij gaarne zou bevrijd hebben uit de handen van Keizer en Concilie.

Armand deed ook aan al zijne kennissen, die vele waren* de vraag van den dag. Hij verzuimde ook niet die aan zijn broeder te doen, maar Hubert, hoe groote aantrekking het wapengekletter en het wapperen der banieren ook voor hem hadden, gaf een onbestemd antwoord — hij zou gaan, als hij kon. Dientengevolge ging hij hem den volgenden dag afhalen, maar Hubert opende hem, in zijn daagsche kleeding en een pen achter het oor, voorzichtig de deur. „Stil," zeide hij, „laat den Kanselier uw stem niet hooren. Zijn geheele gevolg tot den kapelaan toe, is naar het tournooi; hij denkt dat ik er ook heen ben; maar als hij gedacht heeft, dat ik hem hier geheel alleen zou laten, heeft hij het mis," zeide Hubert lachend; „breng mij van alles een trouw verslag Armand."

„Die verwenschte gehechtheid aan den Kanselier," mompelde Armand teleurgesteld.

En eene teleurstelling was het voor hem, maar zij zoude hem daarom het genoegen van den dag niet benemen. Hij sloeg een nauwe zijstraat in, waar zijn geliefkoosde Neurenberger banketbakker woonde. Hier deed hij tamelijke ruime inkoopen, die hij wegbergde in een soort van knapzak, dien hij had medegenomen. Hiermede gereed, bemerkte hij met onrust, dat de stad er reeds verlaten uitzag, zoodat hij zijn stap verhaastte om niet te laat te komen voor het schouwspel. Terwijl hij door de verlaten straat ging, reed hem een dikke slecht gekleede stalknecht voorbij, die in een grijzen