is toegevoegd aan uw favorieten.

Verbrijzeld en toch overwinnaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkelijk standpunt te bezien. Eene liefde als van Armand voor Jocelyne, behoorde tot het lagere, wereldlijke leven en Armand verbeeldde zich althans, dat Hubert van de koude, verheven hoogte zijner meerdere kennis en heiligheid, verachtelijk daarop zou neerzien.

Toch ontbrak het niet aan genegenheid tusschen de broeders: ook vermeed of verwaarloosde Hubert zijn broeder niet opzettelijk, maar hij was met andere onderwerpen vervuld en daaronder was eene zaak, die nu voor het Concilie behandeld werd, welke hij met kracht van wil zooveel mogelijk uit zijne gedachten zette en van zich afschoof.

Beter gezegd, hij onderdrukte iedere gedachte, die daaromtrent bij hem opkwam, niet, omdat die zaak hem hinderlijk was of pijn deed, maar omdat zij twijfel en onzekerheid bij hem opwekte. Hij schrikte niet terug voor pijn, zoomin geestelijke als lichamelijke, maar hij verafschuwde den twijfel, met al den weerzin van een vastberaden natuur.

Wat toch moest er van hem worden, indien hij aan de onfeilbaarheid van het Concilie ging twijfelen? Hubert sprak veel, ook tot zich zeiven, over de onfeilbaarheid van den Kanselier van Parijs. Telkenmale als hij, zooals dikwijls voorkwam, iets te schrijven of te copiëeren had over de zaak van Johannes Huss, zooals hij het noemde, werd hij achtervolgd door een onaangenaam, tegenstrijdig gevoel.

Het Concilie, dat bezield werd door den grooten Kanselier, zoude zeker recht laten wedervaren, zelfs aan een beruchten ketter.