is toegevoegd aan uw favorieten.

Verbrijzeld en toch overwinnaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De aartsbisschop van Riga is — hier volgde in de Duitsche taal een woord zóó bitter, dat wij het hier niet kunnen weergeven. „Hij heeft hem naar het kasteel Göttlieben vervoerd en God alleen weet, wat hij daar moet lijden; neen, ook wij weten er iets van."

Hubert wist er ook iets van, door den brief van den heer von Chlum, die vreeselijke bizonderheden bevatte. Hij herinnerde zich nu de woorden: „smartelijk gekweld, door zware ketenen, gemarteld door honger en dorst." Hij zeide op verlegen toon: „het spijt mij, omdat hij uw vriend is."

„Mijn vriend, heer? het past niet hem zoo te noemen, want ik ben maar een eenvoudig man. Daar te Göttlieben, kan niemand dergenen die hem liefhebben bij hem komen, maar zijn vijanden kunnen komen, wanneer zij willen. Men zegt, dat zij hem heimelijk bespieden, om te zien of zij ook iets kunnen opmerken, waarvoor zij hem kunnen veroordeelen. Maar zij zullen niets vinden: want hij is geen ketter, maar een goed Christen en katholiek, de beste, dien ik ooit leerde kennen. Reeds toen hij bij ons was, werd hem een advokaat ontzegd; ook het recht ontzegd om een getuige te zijnen gunste op te roepen of de getuigenissen, die tegen hem kwamen, te wederleggen. En zullen zij hem nu onverhoord veroordeelen? niet vergunnen te spreken voor het Concilie?"

Robert sprak luid en zag Hubert angstig, bijna woest aan, om zijn antwoord te hooren.

Maar Hubert had geen antwoord te geven.

„Ik weet," aeide hij, „dat de Boheemsche Edelen

6