is toegevoegd aan uw favorieten.

Verbrijzeld en toch overwinnaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een hartelijk „"VVillkomm, gnadiger Herr" of een „Gott sei Dank" door Hubert Bohun werd opgevangen.

Toch hadden ook de vreugdekreten een ondertoon van droefheid; het waren niet alleen welkomstklanken die gehoord werden. Onder de steeds aangroeiende menigte, die zich om het gezelschap ruiters verdrong, terwijl deze langzaam de stijle, steenachtige straat op reden, die van de poort naar de wachtplaats leidde, werden ook uitingen van geheel anderen aard opgevangen, en de gedachte die in veler hart leefde, vond ten laatste een uiting in woorden. Een oude, rimpelige vrouw met verweerd gelaat sprong naar voren, en greep met groot gevaar voor haar zelf, den teugel van von Chlum.

„Waar is de man die aan uw hoede was toevertrouwd, Kepka?" gilde zij met schrille, hardvochtige stem, die boven al het stemgegons uitklonk. „Verantwoord dat aan God en aan ons! Hoe durft gij hier wederkomen zonder hem?"

„Hoe durft gij aldus mijn vader beleedigen?" riep de knaap Wetzloff, onwillekeurig zijn hand opheffende, die de rijzweep omkneld hield.

Met zijn eene hand duwde von Chlum die van den knaap ter zijde, met de andere bedaarde hij zijn onrustig wordend paard. Toen boog hij zich tot de grijze vrouw neder en antwoordde vriendelijk: „Moeder, wees getroost over hem, hij wandelde met God en hij was niet meer, want God nam hem weg."

„Deed hem ten hemel varen in een vurigen wagen als Elia," zeide een der omstanders: „Heer Ridder, wij bidden u, vertel ons alles."