is toegevoegd aan uw favorieten.

Verbrijzeld en toch overwinnaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„zeg ons alles, wat het ook moge zijn, Peter. Hebben zij hem erger behandeld dan Meester Johannes?"

„Ja heer, veel erger! Met al hun kwaadaardigheid hebben zij Meester Johannes nooit werkelijk kwaad aangedaan, maar Heronimus hebben zij ernstig schade gedaan!"

„Hoe bedoelt gij dat?"

„Heer ridder, hij heeft herroepen, zijn geloof verloochend, de nagedachtenis gesmaad van den man, dien hij zooals wij allen meenden, liever had dan zijn leven."

Daar heerschte bij deze mededeeling doodelijke stilte in den kring, maar op elks gelaat was bitter verdriet en ergernis te lezen. Eindelijk verbrak Ostrodek het stilzwijgen met den kreet: „Schande over hém."

„Zwijg knaap!" zeide von Chlum op strengen toon. „Het is niet aan ons, die niets geleden hebben voor den naam onzes Heeren, om hem te oordeelen die reeds zooveel geleden heeft. Ik vermoed," zoo vervolgde hij tot Peter, „dat het een lasterpraatje is van onze vijanden om hem en ons te honen. Welk bewijs hebben wij er voor?"

„Bewijs, heer? Maar al te veel. Ik zelf zag hem en hoorde hem in de Kathedraal, het Concilie verheerlijkende, en zich geheel aan haar uitspraken onderwerpende. Ik heb den brief gelezen, dien hij aan zijn moeder in Praag schreef, waarin hij zegt dat hij bedrogen was en nu verlicht is geworden door Gods genade. Helaas, hoezeer is het goud verduisterd geworden. Maar," vervolgde Peter, terwijl een glans zijn