is toegevoegd aan uw favorieten.

Verbrijzeld en toch overwinnaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Charlier aarzelde, hij kon niet vergeten hoeveel vijandelijkheid hij Hubert in vroeger dagen betoond had, en achtte het niet mogelijk dat Hubert zou vergeten hebben. Deze wist echter met vriendelijken aandrang zijn tegenzin te overwinnen, al had hij niet vergeten, hij had hem toch vergeven. Hij bracht zijn gast naar het huis van Wenzel den goudsmid, waar hij met Wetzloff en Lucas Leffle zijn verblijf had. Leffle was uit — maar Wetzloff, die nu een flinke knaap van vijftien jaar was, bracht terstond voedsel en wijn, toen hij zag dat de vreemdeling dien Hubert meebracht, vermoeid en hongerig was.

Toen Charlier zich verkwikte, beantwoordde Hubert zijn vragen, voor zoover hij iets wilde mededeelen. Hij vertelde hem, dat hij nog in dienst was van den heer von Chlum en dat het hem wel ging. Op het oogenblik was hij met den Panec en een anderen jongeling op de L nivei siteit, daar hun ouders hen daar een tijdlang wilden doen vertoeven, om het onderwijs te genieten van een der Professoren.

Charlier legde zijn mes neder, nam nog éen stevigen dronk van den lichten wijn die voor hem stond, zuchtte diep en zeide: „Gij deedt wel met den dienst van den Kanselier te verlaten, jonker Hubert, inderdaad zeer wel."

Hubert zag hem vol belangstelling aan, hij had reeds verlangd naar tijding van den kanselier. „Het schijnt dat gij hem ook verlaten hebt," zeide hij

„Hem verlaten? Neen, ik werd ontslagen, dat is te zeggen, wij werden allen ontslagen. Eer hij Constanz