is toegevoegd aan uw favorieten.

Verbrijzeld en toch overwinnaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds zoovele wonderen |van dapperheid verrichtte."

„Het zal geschieden naar uw wensch, Ostrodek," zeide Ziska bewogen. „Bohun verdient de eer, zoowel om zichzelf als 0111 uwentwil."

„Doe het dan nu, ik word weer flauw."

„Kniel neder, Jonker Hubert Bohun."

Hubert gehoorzaamde. Ziska sloeg hem zacht op den schouder met zijn eigen zwaard, met de woorden: „Sta op, Ridder Hubert Bohun."

Hubert stond op als ridder.

„De gouden sporen," fluisterde Ostrodek, die met verlangende oogen toezag.

Een ridder uit den kring maakte zijn eigen gouden sporen los en bood ze Ziska aan, en toen, naar de gewoonte dier dagen, gespte de generaal met eigen hand deze sporen aan Huberts hielen. Toen dit gedaan was ging een driewerf herhaald gejuich op.

„Stilte!" gebood de stem die men gewoon was te gehoorzamen, „wij staan in de tegenwoordigheid des doods."

Hubert knielde weer bij Ostrodek neder. De brekende oogen, de zware ademhaling en de eigenaardige uitdrukking die de doodschaduw vergezelt, toonde dat het einde naderde.

„Lieve broeder," fluisterde hij, „denk aan uwen Heer en Heiland, Jesus Christus." *

„Lieve Ostrodek, bedenk dat gij voor Hem sterft," zeide Wetzloff die naast hem stond.

Ostrodek verzamelde zijn laatste krachten om te zeggen: „ik bedenk alleen — dat Hij voor mij stierf."

Langzaam zonk het leven weg; al langzamer, tot