Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch zetten die losse zwierige hoeden !) meer bevalligheid bij aan het kostuum der 17° eeuw, dan de „averechtse teil", zoo als Huygens een hoed als die van Roemer Visscher noemt.

De hoed werd vaak ook binnenskamers op het hoofd gehouden, gelijk o. a. blijkt uit de plaatjes in de werken van Cats.

Een mantel als Roemer draagt, gold voor een deftig bovenkleed. Green koopman of burger zou zich zelfs des zomers op straat vertoonen zonder zulk een kleedingstuk.

Hf.t Interieur. De zaal stelt voor de groote ridderzaal van het slot, zoo als die zou geweest zijn voor het jaar 1629. In dat jaar liet Hooft op eigen kosten veel verbeteringen aan het Muiderslot aanbrengen. Thans, doir de zorgen der regeering gerestaureerd, doet zich die zaal geheel anders voor dan ze op de plaat is geteekend. In hoeverre deze teekening historisch juist is, durf ik niet beoordeelen.

Het gebeeldhouwde lint op den schoorsteen vertoonde later een opschrift uit Lucanus en werd er door Hooft op geschreven: Semper nocuivit differre paratis. (Altijd schaadde uitstellen den slagvaardige.)

De eikenhouten betimmmering, de stevige en zware meubelen — stoelen, buffet en kast — geven gelegenheid op te merken, hoe men in de 17e eeuw vooral prijs stelde op „dege degelijkheid". Het openstaande raam geeft een voorbeeld van in lood gevatte ruitjes met een medaillon van gebrand glas, waarschijnlijk het geslachtswapen van Hooft vertoonende.

Zie den musketier op bladzijde t!)9.

Sluiten