Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17. Maarten Harpertszoon Tromp voor den Zeeslag bij Duins, 1639.

Iets over ons zeewezen in de eerste helft der 17de eeuw *).

In het jaar 1588, toen Spanje zijn Armada uitrustte, was onze zeemacht nog uiterst zwak. Wel telde onze vloot een groot getal schepen, doch deze waren op een paar uitzonderingen na zeer klein, zwak bemand en van onvoldoende geschut voorzien. Het waren voor het grootste deel vliebooten, kromstevens, wachtschepen, krapschuiten , potten, jachten, boeiers en galeien, van 30 tot 90 lasten groot, bewapend met 6 tot 14 stukken geschut van licht kaliber en bemand met 20 tot 70 koppen.

De oorzaak van dezen toestand was behalve de berooide staat van 's lands geldmiddelen, de omstandigheid, dat de oorlog niet op zee gevoerd werd. maar grootendeels op de rivieren, in de stroomen, tusschen de zandbanken en langs de kusten. Daar kon men met meer voordeel kleine dan groote schepen gebruiken.

De uitrusting van de Onoverwinnelijke vloot echter had de Xederlandsche Republiek het gevaar leeren kennen ,

') Xaar de Jonge, Hel Nederlandsche Zeewezen.

Sluiten