Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vice-Admiraal Witte Cornelisz. de With en de vier onder diens bevelen staande kapiteins.

't Is de 16de September van liet jaar 1639, tegen vijf uur in den namiddag — de wind W. Z. W.. zooals Tromp in zijn journaal zegt. (Uit de richting der schaduwstrepen van de personen op de kampanje en de wimpels van de Spaansche vloot blijkt, dat de teekenaar deze omstandigheden in het oog heeft gehouden.)

üp den morgen van dien dag had de Vice-Admiraal met zijn smaldeel van vijf schepen zich met den LuitenantAdmiraal Tromp vereenigd, die met zijn eskader van 12 schepen al varende streed tegen de groote Spaansche vloot van Don Antonio d'Oquendo. De Spaansche Admiraal had vervolgens op de kleine Hollandsche vloot jacht gemaakt, doch was zoo goed door Tromp en De With ontvangen, dat hij van een vervolging moest afzien en met klein zeil onder de kust van Engeland bleef drijven. Het smaldeel van Tromp verloor echter een schip, De Groote Christofel, dat in de lucht sprong, doordien er brand in de kruitkamer was gekomen.

Terwijl de beide vloten, de Hollandsche en de Spaansche, daar zoo werkeloos naast elkaar dreven, seinde Tromp den Vice-Admiraal en diens vier kapiteins aan zijn boord, om met hen te overleggen, wat hun te doen stond en hun zijn bevelen kenbaar te maken. In tegenwoordigheid van de dekofficieren van de Amelia — stuurman, luitenant, schipper en schrijver — en ten aanhoore van het scheepsvolk werd „met verachting van alle gevaren besloten bij te steken en den vijand aan te tasten, zich onderling, bij het drinken van een beker, verbindende getrouwelijk hun plicht te vervullen."

Sluiten