Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al deze banieren en vaandels, vermeerderd met verscheidene zegeteekenen veroverd na 1651, zijn in de Ridderzaal blijven hangen tot in 1806. Op bevel van Koning Lodewijk werden ze naar Amsterdam overgebracht. Van de Ridderzaal, zoo als ze zich voordeed tijdens de Groote Vergadering, is slechts de helft op de plaat in teekening gebracht. Vandaar dat maar 12 X 10 = 120 zitplaatsen te zien zijn.

De Groote Vergadering moet wel onderscheiden worden van de gewone vergadering der Staten-Generaal. In de laatste kwam slechts een onbepaald getal van alle Staten der gewesten samen, terwijl toch elk gewest slechts één stem had. Alleen in gewichtige tijdperken kwam een groote vergadering samen, waar alle leden van de Staten der provinciën zich vereenigden. Behalve de Groote Vergadering in 1651 is er nog een dergelijke gehouden in 1716, op aandringen van Simon van Slingelandt.

De redevoering van Cats in het leesboek is bewerkt naar de oorspronkelijke. Zooals Cats ze uitsprak is zef zoowel wat vorm als inhoud betreft, door de leerlingen niet te verstaan. Het wemelde in die toespraak, en ook in zijn sluitingsrede, van uitheemsche woorden en van aanhalingen uit de gewijde en ongewijde geschiedenis.

Sluiten