Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel aan de vermeestering van Sas van Gent (1644), het beleg van Hulst (1645) en den aanslag op Antwerpen (1646).

Om zijn kloekmoedigheid in die laatste jaren betoond, werd hij in 1646 door den Franschen gezant, op last van den Koning van Frankrijk, als Ridder der Orde van Saint-Michel ingewijd.

Na het sluiten van den Yrede van Munster werd de scheepsmacht in de Nederlanden zeer verminderd en ontvingen dientengevolge vele bevelhebbers hun ontslag, doch Jan Evertsen bleef als Vice-Admiraal aan het hoofd der Zeeuwsche vloot en behield het opzicht over alles, wat den zeedienst betrof.

In het volgend jaar leed Evertsen een groot verlies. Zijn veelbelovende oudste zoon J an Evertsen, de jonge, n.1. sneuvelde als scheepsbevelhebber in een gevecht met een Turkschen zeeroover bij de Zeeuwsche kusten.

In den Eersten Engelschen oorlog vond Evertsen weer gelegenheid van zich te doen spreken.

De Hollandsche en Zeeuwsche vloot werd in den zomer van 1652 zoo zeer door storm geteisterd, dat de meeste schepen onzeewaardig werden. Even als M. H. Tromp in Holland, deed Evertsen in Zeeland zijn beklag over den toestand der vloot. Hij verklaarde rondborstig met zulk een ontredderde vloot niet meer zee te kunnen bouwen en „ liever verkiezende eerlijk uit den dienst te gaan, dan heden of morgen te worden gescholden voor een schelm."

Men gaf gehoor aan zijn verlangen en de vloot werd opnieuw uitgerust.

In den slag bij Plymouth deed hij en zijn Commandeur De Ruyter zich duchtig gelden en eveneens in den Driedaagschen Zeeslag. In dien strijd ontzette hij De Ruyter,

Sluiten