Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De herhaalde achterstelling van hun vlootvoogd begon ten laatste den Staten van Zeeland te erg te worden. Dikwijls was er al van gesproken, hem den titel van Luitenant-Admiraal van Zeeland te verleenen, doch men liad dit totnogtoe nagelaten, om de vriendschap met Holland niet al te zeer te verbreken. Doch in 16(14 eindelijk besloten de Zeeuwsche Staten, Jan Evertsen tot Luitenant-Admiraal hunner vloot aan te stellen, opdat hij in het vervolg in rang boven alle Yice-Admiralen van Holland zou verheven zijn en den Luitenant-Admiraal van dat gewest bij diens „aflijvigheid" zou vervangen.

Blaar wat deed nu Holland, dat nimmer zou dulden, dat een Zeeuwsch Admiraal het opperbevel over de zeemacht zou voeren? Holland stelde, behalve Wassenaer van Obdam, nog drie Luitenant-Admiralen aan, n.1. Kortenaar, De Ruyter en Meppel, terwijl De Witt in de Staten-Generaal wist te verkrijgen, dat Kortenaar tot vermoedelijken opvolger van Obdam werd aangewezen. hoewel Evertsen als tweede in rang bleef gehandhaafd. Zoo werd Evertsen opnieuw vernederd.

Bekend is, hoe bij het uitbreken van den Tweeden Engelschen oorlog de Nederlandsche vloot een nederlaag werd toegebracht door den Hertog van York. Het Admiraalsschip van Obdam vloog in de lucht, terwijl Kortenaar sneuvelde. In geen zeeslag werd door Hollandsche kapiteins meer lafhartigheid getoond dan in dien van 15 Juni 1665. Onder het geleide van den Kapitein van den gesneuvelden Kortenaar, op wiens schip door onachtzaamheid de Admiraalsvlag bleef waaien, zochten de meeste schepen hun behoud in de vlucht.

Jan Evertsen liet nu den wimpel uitsteken en deed

Sluiten