Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheidene Briellenaars als matroos geplaatst geweest en nu weet men de oorzaak van hun dood, behalve aan Obdam, ook aan Evertsen.

Onder geleide van eenige soldaten reisde Evertsen verder naar den Haag, waar hij, zoo het heette tot eigen veiligheid, op de Gevangenpoort werd geplaatst. In den Haag werd hij naar den krijgsraad te Tessel verwezen , waar hij min of meer als gevangene werd behandeld. I)e krijgsraad sprak hem echter vrij van alle schuld aan de nederlaag en Evertsen kon vrij naar zijn geboortestad trekken.

De Staten van Zeeland trokken zich zijn zaak aan. Op hun last verscheen de gesmade held in hun vergadering, om verslag te doen van den strijd en de behandeling in Holland van volk en overheid ondervonden.

Het is deze vergadering, welke de plaat afbeeldt. Volgens de Notulen der Staten van Zeeland van 2 en 6 Juli 1665 schilderde Jan Evertsen in levendige kleuren de mishandeling af, welke hem in den Briel was aangedaan en gaf hij uitvoerig verslag van den toestand waarin zijn schip en de vloot zich bevond, bij het sneuvelen van Obdam en Kortenaar.

(In het Leesboek heb ik de zitting der Staten een jaar later geplaatst en een andere verklaring aan de aanwezigheid van den held gegeven. Ik heb dit gedaan om te voorkomen, dat van de acht lessen er niet vier over zeeslagen zouden handelen.)

Bij monde van den Raadpensionaris, 1'ieter de Huybert, werd Jan Evertsen de dank der Staten betuigd en hem den inhoud medegedeeld van een brief, dien de Staten naar den Haag zouden zenden, om hun beklag te

Sluiten