Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Luitenant-Admiraal Tromp te zullen obedieeren."

•lan Evertsen begaf zich nu naar Vlissingen en deed zijn vlag waaien van het schip Walcheren. Zoodra de geheele vloot gereed was, koos men den 4den Juli (1666) zee. De vloot bestond uit drie eskaders. Evertsen voerde bevel over de voorhoede. De Ruyter had het gebied over den middeltocht op zich genomen en aan Tromp was de zorg voor de achterhoede opgedragen.

Den 4de" Augustus raakte men slaags met den vijand. Het was ot het noodlot ook nu den Zeeuwschen LuitenantAdmiraal vervolgde. Door windstilte kon De Ruyter Evertsen niet zoo vlug volgen als wel noodig was, waardoor een opening ontstond tusschen beide smaldeelen en waarvan de vijand tot groot nadeel der onzen wist gebruik te maken. Hierbij kwam, dat Tromp, hetzij door misverstand met den Opperbevelhebber, hetzij door een te vergaanden ijver in de vervolging der Engelschen f zich van de vereenigde vloot verwijderde en aan De Ruyter en Evertsen niet den noodigen bijstand bood !). Evertsen weerde zich dapper, doch in het hevigste van het gevecht werd hij door een ijzeren bout getroffen, die hem een zijner beenen wegnam en hem bewusteloos op de kampanje deed neerzijgen. Beroofd van haar opperhoofd raakte de voorhoede in verwarring. Twee der onderbevelhebbers sneuvelden, het schip van Banckert ging ten gronde en ten laatste openbaarde zich een algemeene vlucht in de voorhoede, welke voor een groot deel de oorzaak werd, dat de Xederlandsche vloot dezen slag verloor.

') Zie hierover de toelichting luj plaat 21.

Sluiten