Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slagen mouwen, die het fijn linnen hemd laten zien. Onder dien rok draagt hij een lang, geel zijden wambuis, dat ver over den band van de wijde broek reikt. Om den hals heeft hij een los toegeknoopte witte bef of das, terwijl de keten en het ordeteeken van Saint-Micliel hem de borst siert. Zijn statiedegen hangt aan een geborduurden schouderband. Het grijze haar hangt hem tot op de schouders. Die lange haardracht vinden we ook bij de andere personen op de plaat. (Zie over het haar en de pruik hoofdstuk 23, waar ook een en ander gezegd wordt over het kostuum in de laatste helft der 17de eeuw.)

I)e onderwijzer verzuime niet te wijzen op de ganzepennen, waarmee de Raadpensionaris schrijft, op het pennemes, waarmee de veeren pennen vermaakt werden en op den zandkoker, waarvan de inhoud denzelfden dienst doet als tegenwoordig het vloeipapier.

De stukken op de tafel naast Evertsen zijn voorzien van zegels in witte was afgedrukt.

(»p de schouw is in kleuren het wapen van Zeeland aangebracht, beschermd door twee schildhouders. Op een lint er boven zien we de bekende zinspreuk LUCTOR ET EMERGO. De landkaart geeft ons Zeeland in de 17tle eeuw te zien. De andere kaart vertoont een Zeeuwsch oorlogsschip uit die dagen.

Sluiten