Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemde vorsten. Evenals Jan Evertsen was hij Ridder van de Orde van Saint-Michel.

De schepen op den achtergrond zijn blijkens de vlag Engelsche schepen. Het voorste kan niet The Royal Prince (De Kroonprins) zijn. De Ruyter toch wijst in een andere richting. De roode wimpel van de groote steng is dan ook niet de Admiraalswimpel, doch een onderscheidingsteeken voor de schepen van het eskader van de Roode vlag.

Voor liet verhaal van den Zeeslag bij Soulsbay verwijs ik naar het Leesboek. Zooals reeds gezegd is, heb ik bij de bewerking daarvan, Brandt gevolgd. Alleen laat ik aan de officierstafel den gevangen Engelschen Luitenant iets zeggen omtrent de eenvoudigheid en nederigheid van De Ruyter, wat men niet bij Brandt zal vinden. Het is dan ook niet door dien Luitenant gezegd, maar door een Fransch edelman Armond de Gramont, graaf de Guiche, die den Vierdaagschen Zeeslag (Juni 1666) als vrijwilliger op het schip van De Ruyter meemaakte, en ongeveer het volgende van den Hollandschen Zeeheld schreef: „Kooit heb ik De Ruyter anders gezien dan zich zelf gelijk, en als de overwinning zekerheid was geworden, zeide hij: „ „'t is God, die ze ons verleent"." Heerschte er wanorde onder zijn vloot, of waren er verliezen te duchten, dan scheen hij mij toe getroffen te zijn door het ongeluk, dat zijn land bedreigde, maar hij bleef onderworpen aan Gods wil. Hij heeft iets aartsvaderlijk oprechts en eenvoudigs, en den dag na de overwinning, vond ik hem bezig met zijn hut aan te vegen en eten te geven aan zijn kippen."

Sluiten