Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lasterlijke verbalen. Behalve dat hij Tichelaar aangezet zou hebben den Prins van het leven te berooven. zei men ook. dat er op zijn laatsten tocht met 's lands vloot, zaken zouden zijn voorgevallen, die het daglicht niet mochten zien. Men wist te vertellen, dat De Witt eenige duizenden ponden buskruit van de vloot had meegenomen; dat hij met De Ruyter geduelleerd had en door dezen gekwetst was geworden; dat hij niet met de Franschen had willen vechten en ten slotte, dat hij gedurende den strijd zich steeds in liet kabelgat schuil had gehouden.

De Ruyter vernam op de vloot deze geruchten door een brief van Jan de Witt en nu haastte hij zich aan de Staten van Holland een brief te schrijven, waarin hij de onhoudbaarheid van al deze beschuldigingen deed uitkomen niet alleen, maar overtuigend bewees, dat Cornelis de Witt als gevolmachtigde in alle deelen zijn uiterste plicht had betracht.

Men heeft De Ruyter dezen brief inderdaad zeer kwalijk genomen, doch het pleit voor zijn karakter, dat hij zijn gewezen Overheid verdedigde tegen lasterlijke aantijgingen, al kon hij ook verwachten, dat hij zich daarmede het misnoegen van de nieuwe heerschers op den hals haalde.

21'. Er wordt gesproken van een veiligheidsbrief, dien Willem III aan het gezin van den Admiraal verleend heeft. Eigenlijk moest er staan sauvegarde. Dit was een biljet met het zegel van den Prins in was en door hem onderteekend. waarbij Z. H. verklaarde, dat hij „den persoon van den L. Admiraal Michiel Adriaanszoon de Ruyter, mitsgaders zijne huisvrouwe, kinderen en domestykken, als mede zijn huis tot Amsterdam en de meubelen in het zelve" in zijn bijzondere bescherming

Sluiten