Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mentaar. Voor den lafhartige niets zoo gevaarlijk als de havens van den Staat, citeert hij uit een brief van den Prins. Deze brief is belangrijk genoeg om hem hier in zijn geheel op te nemen. Hij gunt ons een kijkje op de eigenaardige verhouding tusschen den Stadhouder en den Vlootvoogd.

Edele, Gestrenge, vroome, lieve , bezondere ,

Wy hadden gewenscht dat de zaaken van 't Landt ons hadden gelaaten de faculteit (gelegenheid) om ons naa 's Landts vloot te vervoegen, en 't vernoegen te hebben van daar byeen te zien zoo veel eerlyke Patriotten , die cordatelyk de handt aan t werk slaan, om t \ aderlandt tegens vyandtlyk geweldt te helpen dekken. De aanzienlyke zeemaght, welke te dien einde by een werdt gebraght, is een van de nooilige en considerabele middelen die tot behoudenisse van den Staat aangewent werden, en is dienvolgende te hoopen, dat die aanmerkinge nieuwe vigeur zal geeven aan de courage van die geenen, die de eer hebben van dat ze aan haar werdt toevertrouwt.

De oogen en de harten van alle de ingezeten van 't Landt, jaa van de Christene werelt, zyn daar henen gewent, en observeren met groote reflexie 't geen met de zelve voorzichtelyk en kloekmoedighlyk, of anders, zal werden ondernoomen en uitgevoerd: Ende waare het over zulks van de uiterste infamie, dat iemant aan zynen plicht zoude ontbreeken op zoo een doorluchtigh toneel. Wy verwachten zulks niet, maar in tegendeel, dat door het voorziclitigh en kloek beleit van L E. en van de geene die by hem zyn, in deeze gevaarlyke conjuncture, een nieuwe luister aan de eer, by onze natie ter zee

Sluiten