Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bestrijders en de verdedigers. De groote menigte echter stoorde zich niet aan al die vermaningen en sermoenen van hnn geestelijke leiders, evenmin als aan het twistgeschrijf van de geleerde heeren. Ja, wat opmerkelijk is, zij die in den aanvang zich het hevigst er tegen verzet hebben, n.1. de predikanten, droegen nog de pruik, toen de leeken ze al lang verworpen hadden.

Op de plaat Een gezelschap op het Muiderslot zien we alle heeren nog met kort gesneden haren, toch droeg Hooft later een pruik; een looze pruik, noemde hij ze in zijn bedankje aan Anna Roemer Visscher, die ze voor hem gemaakt had.

Baerdt zong:

Claer op een aensicht verrimpelt en oud Draegt een paruik zoo geel als goud.

De pruik werd dan ook met saffraan en andere verfstoffen geel gekleurd.

De pruik werd gedragen zoowel door vrouwen als door mannen. Eerst droeg men de pruiken en calotte, dat wil zeggen ze bedekten alleen het voorhoofd, doch later droegen vooral de edellieden en magistraten ze van zulk een afmeting, dat ze niet alleen het geheele hoofd omlijsten, doch tot aan de lenden golfden. Die pruiken noemde men om haar groote afmeting hl-folio's. Ook in de kleur der pruiken kwam een wijziging. De goudgele werden vervangen door die van een meer natuurlijke kleur, doch deze laatste werden ten slotte met poeder bestoven, waardoor ze grijs en grauw werden, en ten laatste droeg men hagelwitte pruiken.

Ook wat den vorm betreft heeft de pruik haar geschie-

Sluiten