Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denis. De in-folio's en andere groote pruiken, alonges genaamd, verdwenen van de hoofden der aristocraten, toen ze te algemeen werden. Zij namen de rol-, knoop-, staart- of beurspruik aan. De alonges werden in 't vervolg alleen gedragen door burgemeesters in de raadkamer en door . . . bedienaars der begrafenissen. Deftige burgers en predikanten gaven aan de carree- en etagepruiken de voorkeur.

De stof, waaruit de pruiken vervaardigd waren, was ook zeer verschillend. Men had ze van menschenhaar en van het haar van dieren: paarden, bokken, geiten en schapen, ja men maakte ze van wollen garens en zelfs van fijn ijzerdraad.

De heerschappij van de pruik heeft geduurd tot de revolutie. De Patriotten verwierpen ze als een symbool der aristocratie. Op liet feest der Alliantie te Amsterdam werden de pruiken, tegelijk met de wapenborden van den adel, verbrand, ten teeken, dat alle erfelijke en aristocratische waardigheden vernietigd waren. Alleen de geestelijken bleven nog lang de etage- of batterijpruiken dragen. Zelfs zou men naar liet aantal etages de meer of mindere rechtzinnigheid der predikanten hebben kunnen afmeten.

De calot, zooals we die gedragen zien door leden der Staten van Zeeland, was omstreeks het midden der 17lle eeuw niet alleen de gewone hoofddraclit der predikanten , doch ook de meeste edellieden, magistraatspersonen, hoogleeraren, rechtsgeleerden, doctoren, letterkundigen en kunstenaars droegen ze, gelijk uit tal van schilderijen en prenten blijkt. De calot was bij de Hervormde predikanten in de plaats getreden voor de baret,

Sluiten