Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die hen te veel aan Rome herinnerde, doch allengs was ze ook door andere standen aangenomen.

De pruik bracht ook verandering in den vorm van den hoed. Reeds in het midden der lHe eeuw had de hoed aan het Fransche hof een belangrijke wijziging ondergaan. De breede, slappe randen uit de dagen van Lodewijk XIII was men begonnen om te buigen, vervolgens toomde men ze aan twee zijden op en liet daarbij den achtersten rand slap hangen. Niet lang daarna toomde men den voorsten rand hoog en den achterste laag op, en zette men naar verkiezing den hoed recht ot dwars op het hoofd. Men noemde ze scheepshoeden.

Met zulke hoeden op drongen in 1672 de Franschen ons land binnen. Hun hoed maakte nog snellere veroveringen dan zij, want overal werd hij aangenomen, in het leger, op de vloot en in de salons, waar hij tot het begin der achttiende eeuw bleef.

Zoolang men de haren kort of lang droeg en de pruiken en calotte gedragen werden, kon men den gewonen ronden of den langwerpigen Franschen hoed opzetten, toen echter de allonge- en krulpruiken in de mode kwamen, moest men een hoofddeksel bezitten, dat de kostbare pruik niet beschadigde. Wel veroorloofde de dikke pruik zijn eigenaar zonder hoed te gaan, maar de wetten der welvoeglijkheid eischten een hoed tot hoofddeksel. Lodewijk XIV verscheen in 1697 met den kleinen driekanten hoed, den chapeaubas, onder den arm, en eer er een jaar verloopen was, was de apenhoed de hoed der modewereld in gansch Europa. Men droeg hem winter en zomer onder den arm. De deftige burgers echter wilden van den apenhoed niets weten en droegen een grooteren of kleineren driekanten

Sluiten