Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eer telde ick al de blaen, die op de hoornen groejen,

Eer al de byen, als de boeckweit is aan 't bloejen,

Als de verscheidenheid van 't Vrouwelijk getoy,

Daer 's niet een dag, of' zv bedenken eenig moy.

De Gemalin van Willem IV is gekleed in een recht neerdalende japon of jas, zooals men toen zeide, die van voor het onderkleed van Friesch laken laat zien. Over de schouders draagt ze een mantielje, terwijl de boezem bedekt is door een kanten doek. Uit de mouwen steken de kanten lubben.

Sluiten