Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaders en moeders aan " den koning fcWnen vertellen, dat zij zulke flinke zoons hadden."

„Nu ga ik weg, mijn klein prinsje," zei Fantasio. „Waarom kijk je zoo ernstig?"

„Ik denk over het verhaal na."

„Goed, goed, lachte de verhaler en hij boog voor de gravin, die mee geluisterd had.

Den volgenden dag, toen Fantasio terug kwam, zei prins Peter: „Lieve gravin, toe, ga even weg. Ik wou iets zeggen heel alleen aan Fantasio. Niemand mag het weten dan hij."

En, toen de gravin aan het verzoek had voldaan, greep de zieke jongen de hand van den dichter en zei. „Ik heb nagedacht over een naam en kan er geen vinden. Maar ik heb gisteren den geheelen dag niet geklaagd over pijn. Ik ben toch óók een prins."

„Mooi zoo, mijn flinke man. En nu zullen we de gravin weer verzoeken binnen te komen. En dan ga ik weer wat vertellen."

Prins Peter.

2

Sluiten